Search
Close this search box.

Blog

Tegen beter voelen in

In mijn leven heb ik dingen gedaan of juist gelaten, terwijl ik op het moment zelf al twijfelde of het de juiste keuze was. Toch deed ik het (of niet). Tegen beter weten in. Gekke uitdrukking eigenlijk, want is het niet andersom? Was het niet juist mijn weten – mijn brein, mijn ego, mijn gedachten – waarop ik mijn keuze baseerde?

In mijn leven heb ik dingen gedaan of juist gelaten, terwijl ik op het moment zelf al twijfelde of het de juiste keuze was. Toch deed ik het (of niet). Tegen beter weten in. Gekke uitdrukking eigenlijk, want is het niet andersom? Was het niet juist mijn weten – mijn brein, mijn ego, mijn gedachten – waarop ik mijn keuze baseerde? Mijn hoofd denkt namelijk altijd dat-ie het beter weet. Mijn hoofd heeft al snel een hokje waar de actie perfect in past (je doet het altijd zo, anderen doen het altijd zo) of komt op de proppen met een hele meute beren op de weg (doe het nou maar niet, want dan…).

Dus als ik beslissingen neem waarover ik op het moment zelf al twijfel, dan doe ik het niet tegen beter wéten in, maar tegen beter vóelen in. Want die twijfel, die vóel ik. Twijfel wordt niet uitgesproken door je hoofd, maar door je hart. Maar omdat dat hoofd altijd gelijk zijn woordje klaar heeft en dat hart alleen maar een sensatie door je lijf laat gaan, die je eerst nog moet interpreteren, wint dat hoofd al snel.

Wat mij helpt bij het scheiden van dat wat mijn hoofd zegt van dat wat mijn hart zegt, is de metafoor van de buspassagiers van ACT (Acceptance and Commitment Therapy). Ik ben de bestuurder van mijn bus en ik bepaal waar ik naartoe ga. Ik neem allerlei ervaringen, herinneringen en overtuigingen mee op mijn reis. Dat zijn mijn buspassagiers. En die passagiers vinden van alles over mijn keuzes. Die meningen zijn mijn gedachten. ‘Volgens mij kun je hier beter afslaan.’ ‘Ik vind dat je veel te hard rijdt.’ ‘Ik denk niet dat je hiernaartoe moet gaan.’ Door mijn gedachten te zien als de meningen van buspassagiers, kan ik ze beter van een afstandje bekijken. De passagiers rijden altijd met me mee, maar ík zit achter het stuur. Soms geven ze goede raad en dan besluit ik naar ze te luisteren. Maar vaak blèren ze maar wat. En altijd in hun eigen straatje, want dat is bekend terrein en ze houden niet van nieuwe dingen.

Ik heb mijn hardst schreeuwende buspassagier (op advies vanuit ACT) een naam gegeven: Eleanor. (Ik keek in die tijd een serie met een perfect bij dit doel passende hoofdpersoon, vandaar.) Eleanor roept bij bijna alles dat het niets voor mij is en dat ik het vast niet kan en dat ik vooral moet zorgen dat ik doe wat iedereen doet. Als dat soort gedachten in me opkomen, probeer ik ze bewust te zien als de mening van een buspassagier. Het is mijn hoofd dat spreekt en niet mijn hart. En daardoor kan ik steeds vaker zeggen: ‘Ja Eleanor, ik hoor je en je bedoelt het vast goed, maar ik besluit nu om niet naar je te luisteren.’

Eleanor hoort bij mij en ze heeft zo haar redenen om in mijn bus te zitten, maar dat betekent niet dat haar mening altijd mijn route bepaalt. Niet meer. Ik heb in mijn leven dingen gedaan of gelaten, omdat ik naar haar luisterde. Ik nam beslissingen vanuit weten en tegen beter voelen in. Nu wint mijn hart het steeds vaker van mijn hoofd. Ik voel dat dat beter is.

Wellicht vind je deze blogs ook leuk om te lezen…

Van hoofd naar hart

Voor iemand die zegt heel gevoelig te zijn, zit ik nogal veel in mijn hoofd. Dat is zowel logisch als tegenstrijdig. En het komt vooral voort uit angst.

LEES verder

Fijne avond!?

‘Nog een fijne avond verder!’ Het is 20.30 uur op een doordeweekse avond. We hebben zojuist bij familie gegeten en we gaan naar huis. Terwijl ik naar buiten loop, denk ik na over die woorden. Lief dat ze me dat toewensen, maar mijn avond is eigenlijk wel klaar. Het enige dat ik nu nog wil, is thuis in bed gaan liggen met een boek. Hoe gezellig het ook was, mijn batterij is leeg.

LEES verder

Woorden geven aan je hoogsensitiviteit

Veel mensen houden niet van labels. Ik denk omdat labels beperkend kunnen voelen én werken. Alsof het label je bewegingsruimte verkleint. Ook ik had last van ‘label-angst’. Ik heb jarenlang gezegd dat ik ‘trekken van hoogsensitiviteit’ had. Maar het grappige is: vanaf het moment dat ik mijn hoogsensitiviteit volledig omarmd heb, voel ik me veel vrijer dan daarvoor. Het label geeft me juist meer bewegingsruimte, doordat ik mezelf beter begrijp. En daarnaast: het is maar één label. Zoveel eigenschappen, zoveel labels.

LEES verder